VISIE

Hoosh Educatie

In de bovenbouw van de middelbare school is historische letterkunde een vast onderdeel van het curriculum. Leerlingen lezen historische teksten, bestuderen de literatuurgeschiedenis en verwerken de stof in een opdracht of maken er een proefwerk over.

Van den vos Reynaerde, Mariken van Nieumeghen, de Spaanschen Brabander, Gijsbrecht van AmstelHet wederzijds huwelijksbedrog het zijn stuk voor stuk fantastische verhalen. Maar het kan lastig zijn voor docenten Nederlands om zulke historische teksten tot de verbeelding te laten spreken, en voor leerlingen om zich er iets bij voor te stellen.

Hoosh Educatie biedt projecten cultuureducatie rondom historische letterkunde om docenten Nederlands te ondersteunen bij hun lessen. Het zijn niet zomaar projecten, maar projecten die vragen om inzet en samenwerking. Van docenten, leerlingen én ouders wordt actieve deelname verwacht. Maar na afloop zullen ze niet snel vergeten hoe het ook alweer zat met dat meisje dat wegliep uit Nijmegen.

Wie zijn wij?

Ninet Kaijser en Lorentine van Tijn

Ninet Kaijser en Lorentine van Tijn

Hoosh Educatie is de onderwijstak van theaterstichting Hoosh. Hoosh Educatie is opgericht door Lorentine van Tijn en Ninet Kaijser vanuit de gedachte dat cultuureducatie een leuk en effectief middel kan zijn om historische letterkunde boeiender te maken voor de Nederlandse scholieren.

Historische Letterkunde

Jelle van der Meulen staat in lokaal 6. Hij is docent Nederlands. Voor hem zit klas 4 vwo. Ze krijgen les over de middeleeuwen. Begrippen als zonde, berouw en vergeving komen aan de orde. Vragen als: ‘Wie is de geestelijkheid’ en ‘Wat betekent momento mori?’ passeren de revue. Uit hun tas pakken de leerlingen het bulkboek van Mariken van Nieumeghen. Klassikaal lezen ze het toneelstuk. Meneer Van der Meulen legt soms het lezen stil en vat de tekst samen. Hij geeft de leerlingen achtergronden en uitleg bij passages. Hij biedt context. Het is de eerste keer dat de leerlingen een Middelnederlandse tekst lezen, dus de taal is nieuw voor ze. Gelukkig staat de vertaling ernaast.

Tijdens het lezen lachen de ze om de taal waarmee de tante van Mariken haar uitscheldt wanneer ze Mariken de deur wijst: ‘Ontbeyt’ (wel verdraaid) en ‘Ey, dobbel velleken’ (schijnheilige slet). Mariken zou bij haar tante overnachten, ze woont zelf te ver buiten Nijmegen om nog terug naar huis te gaan, maar tante is woest omdat ze Mariken ervan in de kroeg te hebben gezeten en is woest. Het publiek in de middeleeuwen zal waarschijnlijk níet gelachen hebben, maar gehuiverd, wetende dat de tante met haar gedrag niet in de hemel maar in het vagevuur of de hel zou belanden. Ook om de verheven taal in refrein dat Mariken in herberg De Boom voordraagt grinniken de leerlingen: ‘Doer donconstighe gaet die conste verloren’. Voor deze beginnende lezers zijn de talige barrières van historische literatuur enorm. Ook hier zal de middeleeuwer niet gelachen hebben om Marikens voordracht, maar juist ontroerd zijn geweest.

Uit ‘Gijsbrecht, vrienden van Aemstel’

Uit ‘Gijsbrecht, vrienden van Aemstel’

Het is naïef om te denken dat leerlingen ontroerd zullen raken door dergelijke taal. Eigenlijk weten ze niet wat er staat. Het verhaal van Mariken is voor hen niet meer dan een anekdote. Ze hebben kennis van de literatuurgeschiedenis nodig om de historische tekst te kunnen plaatsen. En die is vaak zo complex dat ze weer snel vergeten wordt.

Tijdens het schrijven van ons projectplan stuitten we op de tekst Het waarom en hoe van literatuuronderwijs van Hubert Slings, neerlandicus en tevens actief als mediëvist en literatuurdidacticus. Hij schreef de tekst om aan te tonen waarom hij de schooleditiereeks Tekst in Context en de website literatuurgeschiedenis.nl ontwikkelde, nieuw materiaal voor het onderwijs om de historische teksten te lijf te gaan. Slings heeft met zijn projecten dezelfde doelstelling als Hoosh Educatie: het bieden van context bij historische teksten, zodat die door leerlingen van het voortgezet onderwijs gelezen, begrepen en gewaardeerd kunnen worden. Het belang en de noodzaak van historische letterkunde verwoordt hij volgens ons heel helder:

 “Literatuuronderwijs wordt aangeboden als jongeren in hun puberteit zitten. In die levensfase zijn ze doorgaans sterk op zichzelf en hun eigen vertrouwde leefwereld gericht. Pubers zijn over het algemeen gesproken geneigd het leven als een onvermijdelijke onveranderlijkheid te beschouwen. Het literatuuronderwijs kan een belangrijke rol spelen in het verruimen van het blikveld van de jongere. Literatuur kan immers beschouwd worden als een smeltkroes van opinies en ideeën over de (historische) werkelijkheid.

In plaats van voortdurend gefocust te worden op hun eigen beleving en bevestigd te worden in de opvattingen waarmee ze van jongsaf vertrouwd zijn, zouden leerlingen op zijn minst af en toe in aanraking gebracht moeten worden met andere levensvisies, culturen en tijden, en met vreemde en verrassende perspectieven. Via kennismaking met literaire werken die vanuit een heel ander wereldbeeld tot stand zijn gekomen, kunnen ze kritisch leren staan ten opzichte van het heden en daardoor leren de eigen cultuur, hun eigen positie en identiteit te relativeren. In die optiek kan kennismaking met historische literatuur een levensverrijkende ervaring zijn en bovendien een inspiratiebron voor het werken aan de toekomst. Leerlingen gaan beseffen dat hun heden het product is van een duizenden jaren omvattende ontwikkeling, waarin de literatuur als invloedrijk bestanddeel van een historisch veranderingsproces een zekere rol heeft gespeeld.

Wie voor het bereiken van deze doelstelling historische literatuur gebruikt, slaat dus twee vliegen in een klap. Ten eerste staat het historische wereldbeeld ver af van het huidige, zodat de leerling kennismaakt met mensen met een heel andere belevingswereld; op die manier leert hij zijn eigen opvattingen en stellingnamen relativeren. Ten tweede zijn diezelfde mensen in sociaal-cultureel opzicht onze voorouders; dat wij vaak verder kunnen kijken dan zij, komt – om een authentiek middeleeuws beeld te gebruiken – omdat wij dwergen zijn die staan op de schouders van reuzen. Met onderwijs in historische letterkunde is veel te bereiken: cultuuroverdracht, literaire of esthetische vorming, individuele ontplooiing, wereldoriëntatie. Het zijn mooie en nuttige doelen, maar ze zijn niet eenvoudig te bereiken.”

Wij onderschrijven volledig wat Slings hier beweert. Het is alleen inderdaad niet eenvoudig om dat in de praktijk te brengen, zoals de worsteling van veel docenten Nederlands met historische letterkunde bewijst. Hoe maak je die teksten aantrekkelijk voor pubers? Telkens laait de discussie weer op over de vraag of dit onderdeel van het vak Nederlands niet beter afgeschaft kan worden. Wij van Hoosh Educatie vinden van niet, en daarom hebben we een methode ontwikkeld om docenten Nederlands te helpen bij hun worsteling. Alleen het middel dat wij gebruiken is anders dan dat van Slings: cultuureducatie.